Gert-Jan van den Bemd schrijft Bredase thriller ‘Lex’: ‘Heel fijn om op een andere manier naar je eigen stad te kijken’

Gert-Jan van den Bemd bracht onlangs een nieuwe thriller met de naam ‘Lex‘ uit. Het is het vierde fictieboek voor de Bredase auteur, die afscheid nam van een loopbaan in de medische wereld, om zich volledig op het schrijven van fictie toe te leggen. En het bijzondere van Lex? Het speelt zich af in Breda.

“Endocrinoloog, heet dat officieel”, vertelt Van den Bemd als hij gevraagd wordt naar zijn eerdere beroep. Oftewel een specialist die zich bezighoudt met ziekten die te maken hebben met hormonen. “Dat heb ik twintig jaar lang gedaan, bij het Erasmus MC. Daarna ben ik wetenschapsjournalist geworden, ook daar. Maar uiteindelijk ging het toch kriebelen om meer de creatieve kant op te gaan.”

Verwantschap

En zo gebeurde het dat Van den Bemd op een gegeven moment fulltime schrijver was. Maar wie denkt dat het twee compleet verschillende werelden zijn, heeft ’t mis. “Er zit zeker verwantschap tussen het schrijven over wetenschap en het schrijven van fictie”, zo ontdekte Van den Bemd. “Ik heb gemerkt dat je voor het schrijven van fictie ook onderzoek moet doen. Onderzoek naar de omgeving en naar de karakters. Dat lijkt op het onderzoek doen zoals dat in het laboratorium plaatsvindt.”

Je zou met zo’n achtergrond denken dat het idee voor een nieuw verhaal dan ook op zo’n bedachte manier tot stand komt. Maar niets is minder waar. De nieuwste thriller ‘Lex‘ is gebaseerd op een situatie waar de vrouw van de auteur toevallig getuige van was. “Ze was aan het wandelen langs de singels en ter hoogte van de Koepelgevangenis ziet ze een auto. Die parkeert daar, die haalt een kaartje uit de betaalautomaat, stapt in en rijdt weg. En de week erna gebeurde precies hetzelfde. Dat was voor mij de trigger van ‘Hé, dat is interessant, die man die koopt een alibi.”

Verrijking

Op die manier begint een verhaal dat de lezer langs veel plekken in Breda voert. Maar ook de schrijver – en daar komt het stukje onderzoek weer kijken – leerde dankzij het schrijven van het boek zijn geboortestad op een andere manier kennen. “Ik ben in wijken geweest waar ik anders niet zo snel zou komen. Bijvoorbeeld Takkebijsters, het bedrijventerrein. Daar ben ik wel eens geweest, maar nu veel vaker. Wat voor bedrijven zitten er, hoe zien die eruit? Waar parkeer je? En Ruitersbos, Teteringen, Haagse Beemden. Plekken waar je niet altijd komt, maar die nu allemaal in het boek voorkomen.”

“Het heeft me meer inzicht gegeven in de stad, in de bebouwing en in de mensen. Het is heel fijn om op een andere manier naar je eigen stad te kijken, heb ik gemerkt. Ik vond het voor mijzelf een verrijking”, besluit Van den Bemd.